Dynamic Testing

Hoogbegaafde kinderen evenveel gebaat bij uitleg als leeftijdsgenootjes

Van hoogbegaafde kinderen wordt vaak gedacht dat zij vanzelfsprekend op de top van hun kunnen presteren. Psycholoog Bart Vogelaar ontdekte dat ook deze groep met training en uitleg op een test vooruitgang boekt. Bijzonder genoeg gaan ze daarin precies gelijk op met hun leeftijdsgenootjes. Bart Vogelaar is op 18 januari 2017 gepromoveerd op dit onderwerp.

analogische redeneertaak

Wanneer kinderen getest worden tijdens een toets op school of wanneer hun leervermogen wordt getest, laten zij niet altijd alles zien wat ze kunnen. Testangst en/of een lagere metacognitie – kennis die het leren vergemakkelijkt – kunnen ertoe leiden dat het kind onderpresteert. Om dit probleem te ondervangen, worden dynamische testen ingezet. Hierin worden de kinderen tijdens de test getraind en wordt hun vooruitgang gemeten, zodat een beter beeld van het leervermogen ontstaat. ‘De gedachte is vaak dat hoogbegaafde kinderen bij dergelijke tests al hun volledige potentieel laten zien en dat zij dus geen training of uitleg nodig hebben,’ legt ontwikkelingspsycholoog Bart Vogelaar uit. ‘Ik vroeg mij af of die aanname wel klopt.’

Vooruitgang meten

Voor zijn promotieonderzoek werden 522 vijf- tot tienjarige kinderen – 173 hoogbegaafden en 349 gemiddeld begaafden – dynamisch getest met een zogeheten leerpotentieeltest. De kinderen losten analogische redeneertaken op. Deze taken bestonden uit vier vakjes met verschillende geometrische figuren. De eerste drie vakjes waren gevuld met figuren die per vakje middels bepaalde regels veranderden, bijvoorbeeld in grootte, of in positie. De kinderen moesten middels analogisch redeneren zelf de figuren tekenen die in het laatste vakje hoorden.

Startmeting

De test bestond uit een startmeting van een serie opgaven, daarna een training en tot slot een serie opgaven als nameting. Vogelaar: ‘Dit type test geeft een beter inzicht hoe goed kinderen kunnen leren, aangezien niet alleen kan worden gemeten hoeveel kinderen vooruitgaan op een nieuwe taak, maar ook hoeveel en welke hulp zij nodig hebben voor deze vooruitgang.’

Training helpt

Uit de uitkomsten van de test bleek dat alle groepen kinderen vooruitgang lieten zien tussen de start- en nameting, met grote individuele verschillen. ‘Dus ook hoogbegaafde kinderen zijn gebaat bij uitleg en training, en laten bij testen niet altijd hun volledige leerpotentieel zien.’ Daaruit concludeert Vogelaar dat dynamisch testen een beter inzicht biedt in het redeneervermogen en leerproces van (hoogbegaafde) kinderen dan een conventionele test, zoals een IQ-test.  

Evenveel training en instructie

Wat Vogelaar helemaal verbaasde, was dat de twee groepen kinderen helemaal niet zoveel verschilden. Uit de test bleek dat hoogbegaafde kinderen dezelfde instructiebehoefte hebben als gemiddeld begaafde kinderen en net zoveel vooruitgang lieten zien tussen de voor- en de nameting.  ‘De hoogbegaafden begonnen op een hoger niveau van redeneren, maar maakten een even grote stap vooruit als de gemiddeld begaafden.’ Deze uitkomsten suggeren dat zij net zoveel leren van training en instructie als gemiddeld begaafde kinderen.

Ook hoogbegaafden extra ondersteunen

Van hoogbegaafde kinderen wordt in het onderwijs vaak aangenomen dat zij er op eigen kracht kunnen komen en dat zij geen extra ondersteuning nodig hebben. Daardoor lijkt het er soms op dat ze vergeten worden. Vogelaars onderzoek toont aan dat ook hoogbegaafde kinderen baat hebben bij (extra) ondersteuning in het onderwijs. ‘Het feit dat kinderen slim zijn, wil niet zeggen dat zij altijd op de top van hun kunnen presteren.’   

 

Promotor: Prof.dr. W.C.M. Resing 

 

Universiteit Leiden

Nationale Onderwijsgids